Garantiecertificaat: Nadelig voor de consument ???

Volgende personen en instanties zijn het met ons eens dat de garantieregeling uit het K.B. van 27/04/2007 de consument niet ten goede komt

Antwoord van de KU Leuven KULAK | Faculteit Rechtsgeleerdheid:
In verband met de vraag die u professor T. heeft gesteld over de garantieregeling uit het KB van 27 april 2007, kan ik u zeggen dat u inderdaad enkele pijnpunten blootlegt.
Zoals u in het document “Garantieproblemen bij de verkoop van dieren – overzicht” uiteenzet, kunnen er problemen vastgesteld worden als de regeling vergeleken wordt met de regeling voor verborgen gebreken, de regeling uit de consumentenkoop en de WMPC. De toepasselijkheid van de garantieregelingen uit het Burgerlijk Wetboek wordt ook duidelijk bevestigd door recente rechtspraak (zie o.m. hof van beroep Bergen 15 december 2010, Hof van Cassatie 21 januari 2010, rechtbank van koophandel Turnhout 6 juni 2011, hof van beroep Gent 2 mei 2012, …).
Op uw vraag of er iets aan dit KB kan worden gedaan, kan ik u enkel zeggen dat u niets meer kan doen dan wat u nu al heeft gedaan, namelijk het probleem proberen aankaarten bij de bevoegde FOD. Aangezien het KB uit 2007 dateert, kan het namelijk niet meer door de Raad van State worden vernietigd.

Antwoord van een advokaat, gespecialiseerd in Consumentenrecht:
Graag deel ik u bij deze mijn visie mee aangaande het garantiecertificaat dat verplicht dient overhandigd te worden in België bij de verkoop van honden. Deze verplichting is een gevolg van het bepaalde in artikel 30 van het Koninklijk Besluit van 27 april 2007.
– Dit garantiecertificaat beperkt m.i. op vele vlakken de rechten van de consument.
Allereerst voorziet het certificaat in een veel te korte garantietermijn (van tien dagen in plaats van 2 jaar voor gebreken aan overeenstemming).
– Ten tweede is het garantiecertificaat verwarrend opgesteld: het woord “onverminderd” in artikel 6 van het garantiecertificaat is onbegrijpelijk voor de gemiddelde consument.
– Ten derde is het certificaat reeds zonder waarde bestempeld door de rechtbank en hoven van ons land die reeds verschillende zgn. broodfokkers veroordeeld hebben op grond van het consumentenrecht. De laatste uitspraak dateert bij mijn weten van april 2013 (Hof van Beroep Antwerpen).

Dit alles verhindert malafide verkopers echter niet om onschuldige consumenten “aan het lijntje” te houden totdat de tien dagen-termijn verstreken is of door te beweren dat de hond een ziekte heeft die niet gedekt is door het certificaat terwijl het consumentenrecht betrekking heeft op elk gebrek aan overeenstemming voor zover het gebrek reeds aanwezig was op het moment van eigendomsoverdracht. Zoals bekend, voorziet het consumentenrecht in een vermoeden dat gebreken die zich manifesteren binnen de eerste zes maanden na eigendomsoverdracht reeds aanwezig waren op het moment van de verkoop. Eén conclusie dringt zich op: het garantiecertificaat is in manifeste tegenspraak met Europese Richtlijn 1999/44 dewelke toeziet op de harmonisering van de consumentenbescherming in de Europese Unie.

Test- Aankoop:
1) Het is inderdaad zo dat de wettelijke garantie moet meegedeeld worden:
Informatieverplichting over de rechten op wettelijke garantie.
U moet de consument in het bijzonder informeren over de verkoopvoorwaarden. Hiertoe behoren het recht van de consument op de wettelijke garantie en het eventuele recht op de commerciële garantie.
Deze informatie vloeit voort uit de bepalingen van artikel 4 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.
2) wettelijke garantie
Het art. 30 van het KB van 27 april 2007 verwijst expliciet naar de garantiewet voor consumenten met name de artikelen 1641 ev. De garantiewet voor consumenten is opgenomen in de artikelen 1649 bis ev van het Burgerlijk Wetboek. Deze zijn expliciet van toepassing op dieren. De garantiebepalingen zijnde de twee jaren wettelijke garantie moeten dus expliciet nageleefd worden.

ANI-ZOO vzw (is de erkende nationale beroepsfederatie in België die opkomt voor de belangen van ondernemers in de huisdierensector)
Op de website van ANI-ZOO stellen ze zich de vraag of de verkoop van honden/katten valt onder de consumentenwetgeving. (De rechtspraak heeft geoordeeld dat dieren wel degelijk goederen zijn,  roerende lichamelijke zaken zoals autovoertuigen, elektrische huishoudtoestellen, meubels, telefonieapparaten, dvd-spelletjes (bij verkoop)…, daar  bestaat dus geen onduidelijkheid over.)
Tijdens de ledenvergadering van Juni 2010 gaf  dhr. Antoon Schockaert, juridisch adviseur bij UNIZO en een expert inzake consumentenwetgeving een korte toelichting over de Consumentenwetgeving en de nieuwe Europese richtlijn. Dhr Schockaert gaf aan dat er dringend een aparte wetgeving nodig is voor levende organismen (planten en dieren) en dat dit één van de punten is waar Ani-zoo samen met UNIZO op dit moment aan werkt. Het gaat hier om een Europese richtlijn, wat betekent dat aanvragen tot aanpassingen op Europees niveau moeten gebeuren en dus in overeenstemming met de andere lidstaten.

Besluit:

In juni 2014 heeft de FOD Economie bevestigd in hun verslag dat de garantieplicht ingevoerd door het KB op vele gebieden te beperkt is, in strijd met de wettelijke garantie en op vele punten niet rechtsgeldig is.

Ook de Raad voor Dierenwelzijn stelde in zijn advies van 9 mei 2014 aan de bevoegde minister betreffende de handel in honden dat er een oplossing inzake overeenstemming van het koninklijk besluit met de wettelijke bepalingen inzake garantie dient te worden gevonden.

Wij zijn nu bijna 2 jaar later en nog geen stap verder. Men gaat de herziening zelfs nog een jaar uitstellen. Op ons schrijven van 17 januari 2016 waarin we vragen om een dringende herziening van het garantiecertificaat Bijlage XI voor gezelschapsdieren, antwoordde Mevr. Vanautryve, raadgever Dierenwelzijn bij kabinet van Minister Weyts, dat pas “eind dit jaar 2016” gestart wordt met de evaluatie van de bestaande regelgeving aangaande het kweken en verhandelen van dieren.

 

We mogen dus besluiten dat zolang het garantiecertificaat nog niet is aangepast, de kwekers/handelaars zich gewoon moeten houden aan de huidig geldende wetgeving aangaande het gemene kooprecht (artikel 1641 e.v. Burgerlijk Wetboek) en de Wet Consumentenkoop (artikel 1649bis e.v. alwaar de garantieregeling van 2 jaar is uitgewerkt) die “onverminderd” van toepassing blijven.